Menu
 
Ontdek de nieuwe hoofdtentoonstelling 'Over mensen en machines'
De collectie Verlichting
Download dit beeld

Hoger resolutiebeeld? Neem contact met de bibliotheek.

Embed dit beeld
<div style="width:100px;height:100px;background-image:url(https://www.industriemuseum.be/files/attachments/.6389/OpenDepot_AV.JPG);background-size:cover;background-position:center;"></div>
Deel op social media

De collectie Verlichting

Eeuwen lang zorgden enkel de maan, kaarsen en olielampen voor licht in de duisternis. Vanaf 1780 ondergaat de gewone olielamp op korte tijd heel wat verbeteringen. Wat volgt is een twee eeuwen lange zoektocht naar steeds betere lampen en verlichtingsmethoden. De lichtcollectie van het Industriemuseum geeft daar een overzicht van. De deelcollectie omvat ruim 1300 objecten en heel wat fraaie affiches, reclames en catalogi over verlichting. Een deel van de objecten komt uit het voormalige Energeia-museum en het Gasmuseum, een ander deel is verworven via privéverzamelaars. Het Industriemuseum werkt al 25 jaar samen met verzamelaar Antoon Devogelaere, oud-docent elektrotechniek en auteur van verschillende boeken over licht en verlichting. Een deel van zijn collectie is ook ondergebracht in het museum.


Booglamp

Vijftig jaar voor de gloeilamp, in 1810, ontwikkelden uitvinders de booglamp. Dat was de eerste elektrische lichtbron. De booglamp heeft twee gepunte koolstofstaven. Elektroden genaamd. Eenmaal een elektrische stroom door de elektroden vloeit worden ze roodgloeiend. Hierdoor ontstaat er een boog van fel wit licht. De zogeheten vlamboog. Je kunt het vergelijken met de vlamboog tijdens het elektrisch lassen. De koolstofstaven branden langzaam op en moeten regelmatig worden vervangen. 
Pas vanaf het midden van de negentiende eeuw is de booglamp op industriële schaal geproduceerd en toegepast. De lamp werd vooral gebruikt voor het verlichten van straten, fabriekshallen en terreinen. Later kreeg de booglamp ook toepassingen in optische systemen, zoals toverlantaarns, vuurtorens, schijnwerpers in theaters. Hoewel booglampen minder geschikt waren voor huishoudelijk gebruik, kochten welstellende mensen de booglamp als ‘statussymbool’. Deze lamp heeft als groot nadeel dat de vlamboog flikkert, onstabiel is en er schadelijke, kwalijk riekende dampen vrijkomen. 


Kooldraadlamp 

Ten onrechte gelooft iedereen dat Thomas Edison de uitvinder van de gloeilamp is. Nochtans is dit, net zoals vele uitvindingen, een historisch gegroeid proces waaraan vele uitvinders hun steentje hebben bijgedragen. De kooldraadlamp is de oervorm van de gloeilamp. In het begin bestond de gloeidraad uit koolstof, afkomstig van bamboe, zijde of cellulose. De eerste kooldraadlampen hadden een korte levensduur en een zwakke lichtopbrengst. De kooldraad is zeer gevoelig en breekt gemakkelijk. Later verving metaal of metaallegeringen zoals platina, osmium, tantalium of het beter geschikte wolfraam deze koolstof gloeidraad. Europese wetgeving verbiedt gloeilampen, toch is er nog steeds productie, import en verkoop van deze lampen. Ze zijn erg gegeerd door hun esthetische en decoratieve eigenschappen. Een brandende kooldraadlamp ziet er bijzonder fraai uit en geeft een warm licht. Ze produceert meer warmte dan licht, wat de lamp een milieuonvriendelijke stempel geeft. Slimme trucs omzeilen het verbod van de Europese Unie. Ze maken het mogelijk om aan de hoge vraag te voldoen.






                                                                                                                          Button text

De fabricage van gloeilampen

Met de komst van de gloeilamp ontstond eind negentiende eeuw een volledig nieuwe industrietak. Het produceren van lampen was door de vele manuele handelingen erg arbeidsintensief. De sector stelde hoge eisen aan het vakmanschap. 
In 1909 werkten bij Philips Nederland 2000 arbeidskrachten, vooral jonge vrouwen en meisjes. Dat was goed voor een dagproductie van 12.000 gloeilampen. Begin twintigste eeuw steeg het aantal sterk. Vanaf dan namen machines ook steeds meer handelingen over. Dit vereenvoudigde de productie en maakte ze minder arbeidsintensief. De automatisatie in de lampenindustrie levert steeds minder arbeidsplaatsen op. Als gevolg van de verschuiving naar led-verlichting, krimpt de markt van traditionele lampen steeds meer. In België en Nederlands zijn er afgelopen jaren honderden banen gesneuveld in de lampenindustrie en sloten een aantal lampenfabrieken de deuren. Toch blijven oude gloeilampen stille getuigen van een knap staaltje vakmanschap. Sommigen zijn nog echte esthetische pareltjes en hebben meer karakter dan de klinisch uitziende, uniforme hedendaagse lampen.





        

                                                                                                                           Button text

Lime-light

Lime ligt of kalklicht vind je rond 1910 vooral in projectietoestellen. Daarbij heb je een grote lichtsterkte nodig, die liefst afkomstig is uit een zo klein mogelijke lichtbron. Het principe van kalklicht werkt als volgt. Ongebluste kalk (CaO) kan je verhitten tot 2700 °C, vooraleer het smelt. Bij die temperatuur ontstaat een licht dat witter is dan het thermisch gloeilicht. Kalklicht kan je enkel creëren met een bijzondere gasbrander, zoals dit toestel. Hiermee kan je zuurstof en steenkoolgas met elkaar mengen. Zo ontstaat een hete steekvlam die naar een blok kalk wordt gericht. Deze is draaibaar opgesteld, om te voorkomen dat de vlam steeds op dezelfde plaats in het materiaal inbrandt. 


Metaaldraadlamp van 1912 

Deze lamp lijkt op het eerste zicht geen gloeilamp. Je ziet geen lange gloeidraad, ook geen glazen stengel met haakjes om hem aan op te hangen. Wel zie je een rechte witte stengel uit pijpaarde, met daarin vele horizontale, metalen staafjes geprikt. Het ene boven het andere. Ze zijn geschrankt opgesteld en vormen samen een draaitrapje. Aan hun uiteinde hangen evenveel metalen draadjes, met elkaar verbonden, zodat ze samen één (gloei)draad vormen. Op de ballon staat de tekst: O.R. Sté Fse Auer. ‘O.R.’ is de Franse uitspraak is van Auer. Dat betekent dat Auer, de uitvinder van het gasgloeilicht en ook van de eerste gloeilamp met een metalen gloeidraad zijn patent(en) aan anderen heeft overgelaten. Deze lamp uit 1912 komt uit een overgebleven lampenreserve van de leraar en elektrotechnicus Auguste De Block uit Gent. In 1913 is dit aan het publiek getoond op de Wereldtentoonstelling in Gent. 






                                                                                                                       Button text

Audiolamp film 

Wist je dat je met licht geluid kunt maken? Klassieke filmprojectoren maken gebruik van deze techniek. Geluid en dus ook muziek en spraak worden fotografisch op de film aangebracht. Dit heet het optische geluids- of klankspoor. Het klankspoor is herkenbaar aan de golvende lijnen aan de zijkant van de film. Deze geluidslamp vind je terug in draagbare filmprojectoren. Dankzij een lens en fotosensor worden veranderingen in lichtsterkte omgezet in elektrische golfvormen. Een versterker zorgt er voor dat het opgenomen geluid uit de luidsprekers komt. Het klankspoor loopt synchroon met de bewegende beelden. Tot de jaren 1930 hadden bioscoopfilms geen geluid. In de volksmond sprak men van de stomme film. Pas vanaf 1927 was het mogelijk om licht, geluid en beeld synchroon af te spelen. De uitvinding van de geluidsfilm betekende een grote doorbraak in de massacommunicatie. 




                                                                                                                    
                                                                                                                       Button text

De verduisteringslamp, uit Tweede Wereldoorlog 

De verduisteringslamp is een zwart gecoate gloeilamp met een klein, cirkelvormig venster. Het venstertje laat een gericht gebundeld licht door. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht er 's avonds absoluut geen licht meer naar buiten schijnen. Het was de Duitse bezetter die een verplichting instelde om ‘huis en haard’ te verduisteren. Dit ter bescherming tegen luchtaanvallen van de geallieerden. Omdat overal in Europa gevaar dreigde, bracht gloeilampenfabrikant Philips in februari 1938 de verduisteringslamp op de markt onder de naam ‘de Protector’. Als thuisstad van Philips organiseerde de stad Eindhoven toen een verduisteringsoefening. Alle gloeilampen in de stad werden vervangen door deze verduisterende lampen. Eindhoven simuleerde op die manier het effect bij een eventuele luchtaanval op een burgerstad. Meteen een kanjer van een publiciteitsstunt voor Philips. Haast poëtisch sprak men over ‘het donkere licht van Philips’. 





                                                                                                                   text

Hogedruk natriumdamplamp

Er bestaan tal van soorten lampen om wegen en straten te verlichten. Deze hogedruk natriumdamplamp herken je aan het monochromatisch geel/oranje licht. Deze kleur ontstaat door het natriumgas. De lichtopbrengst is hoog. Net als het contrast en de doorlaatbaarheid bij mist. Nadelig is dat je geen kleuren kunt herkennen, wat voor veel mensen een onveilig gevoel geeft. In de uitstulpingen van de U-vormige binnenbuis zit vast natrium. Dat verdampt bij het aanzetten van de lamp. Neongas zorgt er voor dat vast natrium verdampt. Dat geeft de lamp zijn typische rode kleur tijdens de opstartfase. Eenmaal de lamp brandt, bedraagt de temperatuur in de binnenbuis ongeveer 260°. 
Wist je dat in België maar liefst 90 % van autosnelwegen zijn verlicht, tegenover amper 5% in Duitsland? Begin jaren 1970 deden de kerncentrales aan overproductie. Ze konden ’s nachts niet aan lagere capaciteit draaien. Om deze overproductie op te vangen, kregen de autosnelwegen licht. 






                                                                                                                  Button text

Spaarlamp 

Eind jaren 1980 deed een nieuwe generatie lampen haar intrede in de huiskamer: de spaarlamp. Men promootte de lamp als revolutionair en de vervanger van de gloeilamp. Nochtans zo innovatief was ze niet. Eigenlijk is het een compacte versie van de gekende fluorescentielamp of de TL-lamp. Efficiënter dan de gloeilamp, maar toch met enkele nadelige eigenschappen. Ze pasten niet in elk verlichtingstoestel. Met bijnamen als ‘dikke nek’ en ‘lange vingers’ deden ze hun reputatie als ‘esthetische misbaksels’ alle eer aan. Bovendien was de eerste generatie spaarlampen vrij groot en zwaar. En bevatten ze het zware metaal kwik. Om te vermijden dat dit in het milieu terecht komt, behoren ze tot het klein chemisch afval. 
De verkoop van spaarlampen steeg eerder nadat Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth aandacht vroeg voor het klimaatprobleem. 





                                                                                                                   Button text

Meer uit deze collectie...

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schrijf mij uit