Menu
 
Ontdek de nieuwe hoofdtentoonstelling 'Over mensen en machines'
De gasfabrieken van Gent
Download dit beeld

Hoger resolutiebeeld? Neem contact met de bibliotheek.

Deel op social media

De gasfabrieken van Gent

Op het einde van de 18e eeuw gaan steeds meer wetenschappers zich interesseren voor de samenstelling van de lucht, meer specifiek van gassen. Op 4 juni 1783 laten de gebroeders Montgolfier in Annonay in Frankrijk een met warme lucht gevulde papieren ballon opstijgen. De hertog van Arenberg, in de omgeving van Leuven, is mecenas van kunst en wetenschappen en erg geïnteresseerd in deze experimenten. Hij geeft een drietal professoren van de Leuvense universiteit, waaronder Jan-Pieter Minckelers (1748-1824) de opdracht om na te gaan of brandbare gassen gebruikt kunnen worden om ballons te vullen. Minckelers forceert de doorbraak: tijdens één van zijn experimenten in november 1783 lukt het hem om op basis van steenkoolgas een ballon te laten opstijgen. Daar blijft het niet bij. Hij gebruikt het steenkoolgas ook om zijn leslokalen aan de universiteit te verlichten

Vanaf het begin van de 19e eeuw wordt gas gebruikt voor de verlichting van pleinen, straten en interieurs. In Engeland komt in 1814 de eerste permanente openbare verlichting tot stand, op de Londense Westminsterbrug. In Gent is het Louis Roelandt (1786-1864) die in 1823 de eerste oliegasfabriek op de Kleine Huidevettershoek opricht. Pas in 1824 krijgt Roelandt de officiële toestemming om van start te gaan. De oprichting van zo’n fabriek is een huzarenstuk. Roelandt doet beroep op de kennis van Engelse ingenieurs en laat ook de fabrieksuitrusting bij de Londense constructeurs Taylor en Martineau bouwen. Die Engelse import wordt niet zomaar toegestaan. Roelandt mag de kennis en installaties invoeren op voorwaarde dat hij anderen toegang verleent tot zijn fabriek. Zij kunnen de uitrusting dan komen bekijken en trachten na te maken. De opendeurdag vindt plaats op 24 februari 1825. Iedereen is welkom en Roelandt verschaft gretig informatie. Het schilderij in de collectie van het Industriemuseum dateert van een vijftal jaar later en biedt een uniek binnenzicht op de gasfabriek.

De eerste openbare gasverlichting in Gent laat nog een paar jaar op zich wachten. In april 1826 branden drie gaslantaarns op de Kouter, in januari 1827 verlichten zes luchters de troonzaal van het Gentse stadhuis. Uit een klantenlijst van omstreeks 1830 blijkt dat de gasverlichting niet enkel in woningen, winkels en hotels wordt gebruikt, maar ook een aantal fabrieken en officiële gebouwen verlicht. De fabriek, die later onder het beheer komt van de Engelse Imperial Continental Gas Association, breidt in de loop van de 19e eeuw stelselmatig uit. In 1881 stopt ze haar activiteiten.

Intussen zien in Gent ook andere gasfabrieken het daglicht. De vraag hiernaar stijgt immers snel. Aan het Havendok wordt in 1834 een tweede gasfabriek opgericht, in 1865 volgt een derde fabriek langs de Verbindingsvaart. Ook deze fabrieken stoppen hun activiteiten in 1881. In 1880 wordt immers de Compagnie du gaz de Gand opgericht, aan wie vanaf 1881 de concessie voor de gasexploitatie wordt verleend. Aan de Gasmeterlaan wordt een vierde, nieuwe gasfabriek opgericht. De restanten van twee gashouders liggen vandaag nog steeds tussen het Rabot en de Verbindingsvaart en maken deel uit van de nieuwe stadsontwikkelingsprojecten in de buurt.

(Binnenzicht, machinezaal gasfabriek, Gasmeterslaan Gent, 1953. F00189, collectie Industriemuseum © Achille De Vogelaere )

Verhalen uit de collectie

De introductie van de...

Eeuwenlang wordt er gezocht naar manieren om arbeid te verrichten en te verlichten....

Lees meer

Meer uit deze collectie...

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schrijf mij uit