Menu
 
Het Industriemuseum is terug open. Je bezoek vooraf reserveren is verplicht. Klik hier voor meer informatie en het online kopen van tickets.
Emailleren: een ingenieuze techniek
Download

Hoger resolutiebeeld? Neem contact met de bibliotheek.

Deel op social media

Emailleren: een ingenieuze techniek

Het emailleren van metaal is een eeuwenoude techniek. De oudste toepassingen van email of smeltglas zijn vooral decoratief. In de 19e eeuw wint ook het functionele aspect aan belang. De evolutie van de metaalindustrie maakt massaproductie mogelijk. Gietijzer, ijzer of staal worden in de gewenste vorm gegoten of gemodelleerd en krijgen nadien een beschermlaag in email. Tijdens het interbellum piekt de emailindustrie met de verkoop van tienduizenden reclameborden en grote hoeveelheden huisraad.

De enige vandaag nog actieve emaillerie in België is Emaillerie Belge, een bedrijf dat in 1921 het levenslicht ziet in Sint-Jans-Molenbeek. In 2015 maakt Michiel Devijver in opdracht van het toenmalige MIAT een documentaire fotoreeks van de productiesite. De foto’s zijn samen met heel wat fascinerende verhalen, machines en objecten over de Belgische emailindustrie te zien in ‘Amai email!’, de tijdelijke die het museum in 2015 met expert Jan De Plus opzet. Op de valreep wordt zo een uniek stukje geschiedenis vastgelegd voor de toekomst, want in 2018 verhuist het bedrijf naar de Tour and Taxis site in Vorst.

     Productie van een emailbord voor de expo ‘Amai email!’ in het atelier van Emaillerie Belge, 2015.

Elke emaillerie bestaat uit verschillende afdelingen, met de oven als kloppend hart. Hoewel het productieproces van huisraad in email verschilt van dat voor geëmailleerde borden, zijn de diverse stappen identiek. Doorheen de 20e eeuw evolueert de techniek om staal te emailleren nauwelijks. De fotoreeks geeft een goed beeld van het productieproces en de verschillende afdelingen van de emaillerie. 

DE PLAATSLAGERIJ 

In de plaatslagerij van een emaillerie krijgen de ruwe stalen platen de gewenste vorm. Het staal wordt versneden, gebogen en gemanipuleerd tot een plakkaat, een kookpot of een ander gebruiksvoorwerp.  

Plaatslager aan het werk in het atelier van Emaillerie Belge, 2015. 

Aanvankelijk vormt enkel gietijzer de basis van deze voorwerpen. Naar het einde van de 19e eeuw stapt men over naar ijzeren en nadien stalen platen. Ongeacht de drager vereist het emailleren altijd een specifieke bewerking van het ruwe metaal. Die is noodzakelijk om een goede hechting van de glaslaag te verzekeren. 

Wanneer de staalplaten de emaillerie binnenkomen zijn ze ingevet. Het vet beschermt de platen tegen roest. De plaatslagers geven de platen hun gewenste vorm. De oudste emailborden, zoals straatnaamborden, zijn eenvoudige platte platen. De borden zijn dan nog vrij dik, om de vervorming door de grote hitte van de bakoven op te vangen. Later zorgen pers- en plooimachines ervoor dat ook dunne borden niet langer vervormen. Op die manier komen zelfs gewelfde borden, borden met een gebogen of geplooide rand en borden met of zonder oortjes tot stand. 

Wanneer het metaal de gewenste vorm heeft aangenomen, wordt het zeer grondig ontvet. Gebeurt dit niet, dan hecht de emaillaag zich niet aan het metaal. De reiniging kan gebeuren door zandstralen, maar meestal dompelt de plaatslager het gevormde staal in bakken met giftige ontvettings- en afbijtmiddelen. 

Dompelvat met vetoplossende producten in het atelier van Emaillerie Belge, 2015. 

HET LABORATORIUM 

Terwijl de plaatslagers het staal bewerken tot de gewenste vorm, bereiden collega’s in het laboratorium het email. Per kleur mengen ze emailfrit met de juiste mineralen. 

Emailfrit is het centrale bestanddeel van elke emaillaag. Dit zijn kleine, glazen snippers, aangeleverd door een chemisch bedrijf. Het is een mengeling van kwarts, veldspaat, borax en soda. Deze stoffen worden goed gemengd, in een oven gesmolten en tot slot in koud water gegoten. Hierdoor schrikt de emaillaag, breekt het in duizenden stukjes en ontstaat emailfrit. 

Labo in het atelier van Emaillerie Belge, 2015. 

In het laboratorium mengen de laboranten het emailfrit met mineralen of metaaloxiden tot de gewenste kleur. Door middel van testen in een kleine bakoven zoeken de laboranten naar de juiste verhoudingen tussen de mineralen. Deze verhoudingen noteert men op fiches. Het creëren van de juiste kleur is echte scheikunde. Zeker voor reclameborden is het belangrijk dat de kleuren na het bakken exact dezelfde zijn als de kleuren van het oorspronkelijke ontwerp. 

De gewenste mineralen en het emailfrit gaan samen met water en klei in de breek- of kogelmolen. De binnenkant van de molen bestaat uit harde geglazuurde tegels. Porseleinen ballen en de roterende beweging van de breekmolen zorgen voor het vermalen van het emailfrit tot een fijne, homogene emulsie, het emailslib, dat nadien klaar is voor gebruik door de emailleurs of decorateurs. 

                                                Breek- of kogelmolen in Emaillerie Belge, 2015. 

DE EMAILLEERAFDELING 

In de emailleerafdeling brengen - meestal vrouwelijke - arbeiders verschillende emaillagen aan. Zowel bij emailborden als bij huisraad is eerst een grondlaag en daarna een deklaag nodig. Na het drogen van elke laag gaat het voorwerp de oven in. 

Emailleerafdeling in Emaillerie Belge, 2015. 

De emailleur brengt eerst een grondlaag aan op het gereinigde voorwerp. Vanaf dan heeft roest geen vat meer op het metaal. Bovendien is de hechting van verdere emaillagen zo gegarandeerd. Tot het einde van de jaren 1920 brengen arbeidsters de grondlaag aan via onderdompeling of bepoedering. Later gebruiken ze een spuitpistool om het emailslib over te brengen op het bord of de huisraad. 

Na de grondlaag volgt een deklaag. Bij emailborden gaat het meestal om een witte laag die enkel wordt aangebracht aan de voorzijde. Zo komen de kleuren van de volgende emaillagen beter tot hun recht. Vóór de jaren 1930 brengt men deze deklaag aan met een borstel. Het is opvallend dat het overtollige email dat langs de achterkant van de borden droop gewoon mee wordt ingebakken. Later brengt de emailleur de deklaag aan met een spuitpistool. Na het drogen van deze laag, moet het bord een tweede maal de oven in. Pas dan kan men een tekst of tekening aanbrengen op het bord. 

Bij huisraad en sanitair materiaal is de deklaag vaak de definitieve laag van het product. Goedkopere items krijgen een eenvoudige witte laag, maar er bestaan ook fraaie uitvoeringen in een gediversifieerd kleurenpalet. Decoraties, in de vorm van bloemmotieven of geometrische figuren, worden aangebracht in de decoratieafdeling. 

HET TEKENATELIER 

In een emaillerie waar ze reclame- en signalisatieborden maken, is vaak een tekenafdeling aanwezig. Doorheen de 20e eeuw volgen verschillende technieken elkaar op om het ontwerp op het emailbord over te zetten. 

Soms levert een reclameagentschap het ontwerp voor het geëmailleerde reclamebord aan. Meestal werken de emaillerieën zelf een ontwerp uit op vraag van de klant. De fabrieken beschikken dan ook over een tekenatelier met verschillende tekenaars. De tekenaars ontleden het ontwerp in verschillende onderdelen en kleuren. Ze bereiden het ontwerp en het materiaal voor (sjablonen, lithostenen) dat de decoratieafdeling nodig heeft om het ontwerp over te zetten op het emailbord.

Het grootste werk bestaat uit het maken van sjablonen, waarbij de tekenaars letters en figuren snijden uit speciaal papier. Voor iedere kleurlaag maken ze een ander sjabloon. Voor grote oplages maakt men soms ook duurzame metalen sjablonen. 

Vanaf het einde van de jaren 1950 schakelen de emaillerieën volledig over op zeefdruk. Deze werkwijze wordt tegenwoordig nog steeds toegepast. Zeefdruk maakt het mogelijk om verschillende kleurlagen na elkaar aan te brengen op de deklaag zonder ze telkens in te bakken. Dat levert een enorme tijdswinst op. Door het invoeren van deze techniek is er geen werk meer voor het overgrote deel van de tekenaars. 

Ontwerptafel in het atelier van Emaillerie Belge, 2015.

DE DECORATIEAFDELING 

Eerst maakt men de zeven klaar, waarna ze in het zeefdrukatelier over het emailbord worden gelegd. De emailpasta trekt men over de zeef, waarbij deze enkel via de doorlatende plaatsen op het bord terechtkomt. De vorige emaillaag wordt niet langer eerst ingebakken vooraleer er een andere laag wordt aangebracht. De verschillende kleuren moeten tussendoor enkel opdrogen, wat uiteraard een enorme tijdswinst oplevert. Bovendien is er veel minder email nodig, aangezien de lagen dunner zijn. Via zeefdruk brengen de decorateurs ook fijnere tekeningen over, zodat het werken met sjablonen of lithografie in een emaillerie vanaf het midden van de 20e eeuw tot het verleden behoort. 

                                        Zeefdrukafdeling in het atelier van Emaillerie Belge, 2015. 

DE OVEN 

De oven is het kloppende hart van een emaillerie. Email hecht zich pas aan metaal nadat het op zeer hoge temperaturen is ingebakken. Het werk in een emaillerie is geen lineair proces, aangezien eenzelfde bord of voorwerp verschillende keren de oven in moet. 

De grotere emaillerieën beschikken over verschillende ovens. De arbeiders daar duwen de voorwerpen telkens weer via een rollende tafel de oven in. Sommige emaillerieën, zoals Emaillerie Belge, automatiseren dit werk vanaf de jaren 1950: in een continu werkende oven gaan de borden aan een traag voortbewegende rail de oven in en uit. 

Om de ovens tot 800°C of meer op te warmen, is heel wat steenkool nodig. Het is dan ook geen toeval dat de eerste emaillerieën in ons land zich in de 19e eeuw vestigen in de buurt van Charleroi, waar deze grondstof in die tijd gemakkelijk te vinden is. In Brussel vestigen de meeste emaillerieën zich langs het kanaal Brussel-Charleroi. Deze locatie maakt het transport van grondstoffen uit het zuiden van het land makkelijk. 

Oven en productielijn in Emaillerie Belge, 2015.

Copyright afbeeldingen - collectie Industriemuseum - fotograaf Michiel Devijver CC BY-NC-ND

https://www.emailleriebelge.com/

Meer lezen? Klik op deze link.

Bron: Baeck, M. en De Plus, J., Het Belgische geëmailleerde reclamebord, Weyrich Editions, 2002. 

Bron: De Plus J., Emaillerie Belge van 1920 tot 2020, Weyrich Editions, 2012.

Meer uit deze collectie...

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schrijf mij uit