menu
 
ONTDEK ONS GENTSE FEESTEN-PROGRAMMA

UIT DE KRANT // VAN DRAAD TOT DOEK

15/06/2023

VAN DRAAD TOT DOEK

Wie al eens een bezoek aan het Industriemuseum bracht, merkte ongetwijfeld net naast het onthaal de museumshop op. Daar vind je pannenlappen, mutsen, keukenschorten, geweven lopers, schriftjes, posters … Verschillende leuke en unieke stuks, allemaal in een verschillende print of stof. Eén aspect hebben ze allemaal gemeen: ze zijn met liefde gemaakt door de makers van het Industriemuseum. Zo ook de handdoeken die er liggen te pronken. Maar welke weg legt zo een handdoek in het museum af vooraleer hij in het winkelrek belandt? Jessie Coppens, coördinator van de maakwerking, nam ons mee doorheen het hele maakproces van draad tot doek.

Keukenhanddoeken geweven op het Picanol-weefgetrouw in het Industriemuseum

Eerst en vooral staat in het maakproces van een shopartikel de visie van de museumshop centraal. Alles wat er verkocht wordt, wordt in het museum gemaakt. Verder wordt er ook gewerkt met de huisstijl, meer bepaald met de vier kleuren die erin verwerkt zitten: blauw, rood, geel en groen. Die kleuren worden gewonnen uit planten: indigo, meekrap, wauw en sint-janskruid. Al deze planten groeien ook in de tuin van het museum. Met uitzondering van indigo zijn het lokale planten die je gemakkelijk op de kop kan tikken. De idee is om vanuit deze natuurlijke varianten van de huisstijlkleuren te vertrekken voor de textielproducten in de museumshop. Voor de opmaak van drukwerk, zoals de posters of postkaartjes, worden de effectieve huisstijlkleuren en schakeringen ervan gebruikt. Tot zover de theorie. Over naar de praktijk?

Het verhaal van de keukenhanddoek uit de museumshop begint in de textielafdeling. De eerste stap is het maken van een ontwerp. Dit wordt gemaakt door publieksmedewerker Laurence, door een student textielontwerp, door een artist-in-residence die te gast is in het museum … Vroeger werden de gemaakte ontwerpen gedurende een vrij lange periode ingezet. Sinds een jaar wisselen de ontwerpen elkaar sneller af. Zo kunnen we de mogelijkheden en ideeën van de textielcollega’s, studenten en residenten ten volle inzetten en de machines met hun beschikbare techniek uitdagen.

Eens een ontwerp op de tafel ligt en in de smaak valt, wordt de weefplanning opgesteld. Een ontwerp dat op papier heel tof en haalbaar lijkt, kan al eens op praktische problemen botsen. Weefexperten Oktay en Kenneth staan telkens paraat om te onderzoeken wat kan en niet kan. Soms moet een ontwerp worden bijgestuurd. Maar soms blijken de vertrouwde machines mits een kleine ingreep of bijsturing toch meer te kunnen dan we dachten. Een fijne ontdekking!

Ook de ecologische kant van het maakverhaal wordt voortdurend in het achterhoofd gehouden. Zo werd onlangs voor het eerst geëxperimenteerd met plantaardig geverfd garen op de industriële weefgetouwen. Dergelijk garen is iets duurder, maar het experiment is geslaagd en kan dus verdergezet worden. We proberen daarnaast altijd eerst de restgarens van vorige projecten in te zetten voordat we nieuwe garens inslaan, een creatieve uitdaging! Ten slotte wordt ook bekeken hoe we biokatoen kunnen gebruiken. Dat laatste is niet zo eenvoudig, zo blijkt. Niet iedereen kan zomaar biokatoen aankopen en gebruiken in grote hoeveelheden.

Links: Van het weefsel worden keukenhanddoeken gemaakt.
Rechts: De evenwijdig opgespannen kettingdraden worden met inslagdraden verweven tot een mooie rol stof. 

Kettingen, scheren en bomen

Eenmaal het garen gekozen is, moet dit van een reuzenbobijn naar kleinere bobijnen worden overgebracht. Een werkje voor de bobijnmolen. En dan wordt het erg technisch voor de leek. Al die kleine bobijntjes worden op de scheermolen geschikt. 120 bobijnen vormen dan de basis voor één sectie. Verschillende secties maken deel uit van een kettingboom. Willen we een kettingboom maken van 1200 kettingdraden, moeten we 10 secties met kettingdraden voorzien. Alle secties moeten netjes naast elkaar liggen om overlap van de verschillende draden te voorkomen. Overlap zorgt namelijk voor problemen tijdens het weven. De kettingdraden worden daarna op de kettingboom overgezet met een gelijke spanning. Dat betekent dat de 120 bobijntjes met draad worden overgezet naar een gigantische rol die lijkt op een boomstam: de kettingboom. Met een ketting van 300 meter lang kunnen we in het museum twee jaar lang weven. Nu we met kortere kettingen werken, kunnen we de patronen en kleuren van de weefsels vaker afwisselen. Wanneer alle kettingdraden even lang, evenwijdig en op gelijke spanning op de weefboom gespannen zijn, zijn de kettingdraden “geschoren”.

Nu wordt de kettingboom aan het weefgetouw bevestigd. Dat betekent dat de draad “doorgehaald” dient te worden: elk draadje moet apart door de schachten gehaald worden. Deze bepalen hoe het weefpatroon er zal uitzien. Vervolgens moeten alle draadjes ook door het riet gehaald worden. Zo wordt de breedte van het weefsel bewaakt en worden de inslagdraden – die tussen de kettingdraden worden geweven – mooi aangeslagen of bij elkaar geduwd. Hoe de draden in elkaar verweven worden, de binding, bepaalt de textuur of het reliëf van een weefsel. Let wel, het aantal schachten verschilt per machine. Je kan dus wel spelen met de kleur van je ketting- en inslagdraden, maar niet elk weefgetouw heeft meerdere schachten, waardoor je niet op alle weefgetouwen met verschillende bindingen (en dus patronen) kan werken.

Na het weven heb je een mooie rol stof. Die stof wordt dan in het textielatelier tot handdoeken verwerkt door vrijwilliger Christine en haar naaimachine. Ze stikt de zomen, naait een label aan de handdoeken en creëert daarnaast ook heel wat andere dingen. Iedereen in het textielatelier kan eigenlijk aan de slag gaan met de textieltechnieken die hij of zij leuk vindt en die passen binnen de visie rond de museumshop. Dat elke vrijwilliger of maker zijn of haar specifiek talent kan inzetten, is dan ook van groot belang. 

De handdoeken zijn nu klaar voor verkoop. Er wordt nog een label aan elk stuk bevestigd. Op het label zie je uit welke materialen de handdoek vervaardigd is, maar ook op welk getouw hij geweven is en wie er allemaal aan heeft meegewerkt. Zo vertelt één label eigenlijk alles over je pas aangekochte handdoek. Je koopt bijgevolg niet zomaar een hebbeding, maar een stuk met een verhaal. Er schuilt veel tijd, liefde en expertise in elk shopartikel en dat mogen bezoekers weten! 

Kom gerust even snuisteren in onze museumshop. De shop is altijd geopend tijdens de openingsuren van het museum.

schrijf je in voor de nieuwsbrief

schrijf mij uit