Menu
 
De drukkerijafdeling is momenteel enkel open op donderdag!
De Mule Jenny doorgelicht
Download dit beeld

Hoger resolutiebeeld? Neem contact met de bibliotheek.

Embed dit beeld
<div style="width:100px;height:100px;background-image:url(https://www.industriemuseum.be/files/attachments/.6380/RZA_MJ_1.jpg);background-size:cover;background-position:center;"></div>
Deel op social media

De Mule Jenny doorgelicht

Spinnen is het rekken en torsen van vezels om ze om te vormen tot draad. Manueel draadspinnen is enorm tijdrovend. De productie van 10 spinners is begin 18de eeuw amper voldoende om één weefgetouw of wever aan het werk te houden.Vooral in Engeland volgen de pogingen en uitvindingen om het spinnen te mechaniseren elkaar in snel tempo op. 

James Hargreaves ontwerpt tussen 1764 en 1767 de eerste bruikbare spinmachine. Zijn “spinning jenny” (verbastering van “spinning engine”) wordt manueel aangedreven. Maar ze kan tot acht draden tegelijk spinnen. Het “waterframe” of de waterspinmachine van Richard Arkwright uit 1769 is meer geschikt voor het spinnen van dikkere draden. Maar ze kan worden aangesloten op waterkracht. Samuel Crompton (1753-1827) combineert in 1775 de techniek van de “spinning engine” met de techniek van het “waterframe”. Zijn “spinning mule” of “mule jenny” (spinnende muilezel omdat het een kruising is van de twee vorige uitvindingen) kan tot 48 draden tegelijk spinnen. Ze werkt semiautomatisch. Het spinnen gebeurt op waterkracht of de energie van een stoommachine. Voor het opwinden van de gesponnen draad is nog de mankracht van de spinner nodig. De mule jenny van Samule Crompton is een groot succes. De werking van de machine wordt steeds verbeterd. In 1790 zijn er al exemplaren met 150 spillen. Ze kunnen gelijktijdig evenveel draden spinnen. Om de concurrentiële voorsprong te behouden verbiedt de Engelse overheid de export van spinmolens of onderdelen ervan naar het continent. Spinners en techniekers krijgen een uitreisverbod. Wie de overtocht maakt, kan nooit meer terug. Toch slaagt Gentenaar Lieven Bauwens (1769-1822) erin om in 1797-98  in het Franse Passy zelf mule jennys te construeren. In 1800 start hij een spinnerij in het oude Kartuizerklooster in Gent. Amper een jaar later opent hij een tweede vestiging in het Norbertijnerklooster van Drongen. Ook de gentse gevangenis of rasphuis vormt Bauwens om tot textielfabriek. Gent wordt een textielstad, het Manchester van het vasteland. 

De machines werden toen in samenwerking met het Textielinstituut Henri Story grondig gerestaureerd en overgebracht van het Gravensteen naar het Gewad, waar het museum een eerste onderkomen kreeg.De machines werden toen in samenwerking met het Textielinstituut Henri Story grondig gerestaureerd en overgebracht van het Gravensteen naar het Gewad, waar het museum een eerste onderkomen kreeg.

Vier decennia later zet het Industriemuseum nog steeds alles in het werk om aan de bezoeker, op de meeste aangename en duidelijke manier, de betekenis, de waarde en de complexe werking van dit, sinds 2009 door de Vlaamse Overheid erkend topstuk, over te brengen. Het is een uitdaging die met de jaren groter wordt. Maar gelukkig evolueert ook de wetenschap en de techniek waardoor het mogelijk is om nieuwe historische aspecten en inzichten rond de werking van deze mysterieuze “Jenny” bloot te leggen. Vier decennia later zet het Industriemuseum nog steeds alles in het werk om aan de bezoeker, op de meeste aangename en duidelijke manier, de betekenis, de waarde en de complexe werking van dit, sinds 2009 door de Vlaamse Overheid erkend topstuk, over te brengen. Het is een uitdaging die met de jaren groter wordt. Maar gelukkig evolueert ook de wetenschap en de techniek waardoor het mogelijk is om nieuwe historische aspecten en inzichten rond de werking van deze mysterieuze “Jenny” bloot te leggen.

Mule Jenny in 3D

Het museum stelt altijd de fysieke veiligheid van haar collectiestukken zoveel mogelijk voorop. Maar de veroudering van de materialen waaruit de machine is gemaakt verhoogt de kans op breuk. Het demonstreren veroorzaakt slijtage. En steeds minder mensen hebben de kennis en behendigheid om met de spinmolen te werken. Begin jaren 1990 werd dan ook de laatste ‘video-opname’ gemaakt die de spinmachine in volle actie toont. Als topstuk neemt Mule jenny ongetwijfeld een prominente plaats binnen de hoofdopstelling. Daarom zoekt het museum een innovatieve presentatie om de werking ervan aan het publiek voor te stellen. De eerste experimenten met 3D scanning en animatie zijn veelbelovend. 

Mule jenny werd zowel met een 3D statief- als met een 3D handscanner volledig gescand. Het resultaat van het scanwerk is een puntenwolk. Deze scangegevens zijn zo precies en bevatten zoveel informatie, dat ze ook in de toekomst nog bruikbaar zijn voor latere opmetingen van de mule jenny of voor het tekenen van technische plannen. 

Om van de puntenwolk een vlotte, bewegende animatie te maken, wordt eerst een vereenvoudigd ‘polygoonmodel’ gemaakt.

Voor de animatie dient natuurlijk elk bewegend onderdeel correct te worden geanimeerd, zodat alle radertjes in de juiste richting draaien.

Verhalen uit de collectie

Lieven Bauwens: ondernemer...

Aan het einde van de 18e eeuw ontdekt Gentenaar Lieven Bauwens dat in Engeland de...

Lees meer
De twijnmolen

De mens heeft altijd al gezocht naar hulpmiddelen om handelingen te vereenvoudigen...

Lees meer

Meer uit deze collectie...

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Schrijf mij uit