menu
 
Coming soon: Museumnacht
Topstukken grondig onderzocht

Topstukken grondig onderzocht

Tussen 2020 en 2022 werden de twee topstukken van het museum, de Mule Jenny en de Twijnmolen die al meer dan honderd jaar deel uitmaken van de collectie van de Stad Gent, aan diepgaand onderzoek onderworpen. Vast staat dat de topstukken de oudste ter wereld zijn in hun soort.

 

De beide textielwerktuigen werden grondig onder de loep genomen door het KIK, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, dat kunsterfgoed restaureert, documenteert, conserveert en onderzoekt. Een primeur! Want het is de allereerste keer dat deze federale zorginstelling voor ons Belgische erfgoed haar gereedschappen en methodologieën losliet op machines uit ons industriële verleden. Tot hiertoe was dit eerder weggelegd voor de grootste kunstwerken, zoals die van de Vlaamse Meesters. Niet alleen de Mule Jenny en de Twijnmolen zelf werden bestudeerd. Ook verscheidene documenten waarin ze genoemd worden, zijn grondig doorgenomen. Het onderzoek leidde nu tot een zo volledig mogelijke tijdlijn die ons niet alleen meer inkijk geeft in de leeftijd en het gebruik van beide collectiestukken door de eeuwen heen, maar ook inzicht in eventueel betere bewaaromstandigheden en nodige restauraties. 

Primeur 
Wat een schilderij is voor een kunstmuseum, zijn gebruiksvoorwerpen, verhalen en machines voor het Industriemuseum. Het Lam Gods van het Industriemuseum is de Mule Jenny, samen met de Twijnmolen. Het zijn de door de Vlaamse overheid erkende tópstukken van het museum. Topstukken worden door de Vlaamse Gemeenschap erkend als zeldzaam en onmisbaar omwille van hun archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis. Beide topstukken werden aan diepgaand onderzoek onderworpen. Onderzoek dat doorgaans op gerenommeerde kunstwerken wordt toegepast, en nu voor het allereerst ook op industrieel erfgoed. De toegepaste en erg waardevolle onderzoeken leren ons meer over de optimale bewaring ervan en stellen ons in staat om de stukken waar nodig in hun oorspronkelijke staat te restaureren.

De allernieuwste technieken werden door het KIK ingezet om de alleroudste technieken te onderzoeken. Daar kwam documentair onderzoek aan te pas, literatuuronderzoek – voornamelijk uit de encyclopedie van Diderot en d’Alembert – maar ook technisch onderzoek, tomografisch onderzoek, macrofotografie, X-stralenfluorescentie en het beter bekende dendrochronologische onderzoek. Door de resultaten van alle individuele onderzoeksdisciplines samen te leggen, komen we veel meer te weten over de herkomst, leeftijd en werking van de machines. 

Waarom?
Waartoe dient dergelijk diepgaand onderzoek nu precies? Het onderzoek, gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, werd in 2020 opgestart in functie van de bewaring van de topstukken. Het is voor gebruiksvoorwerpen niet altijd eenvoudig om te achterhalen of bepaalde aanpassingen of restauraties doorheen de tijd gebeurden omwille van slijtage, esthetiek of nog andere redenen. Niet elke aanpassing werd ook even grondig geregistreerd. Door elk detail van elk werktuig onder de loep te nemen, krijgen we een beter zicht op wat origineel was en wat niet, wat ons helpt bij het maken van keuzes naar restauratie en bewaring toe. Net zoals kerkschatten de verwering en verouderingsprocessen in hun natuurlijke habitat goed doorstaan, gedijen ook de topstukken van het museum momenteel perfect binnen de ruwe bolster van de voormalige textielfabriek. Weliswaar niet onder een stolp, maar even indrukwekkend als de schone kunsten. 

De oudste twijnmolen ter wereld
Twijnen is het ineendraaien van meerdere gesponnen draden zodat ze een sterkere draad vormen. Dat de Twijnmolen in het Industriemuseum uniek was, dat wist het museum al langer. De ovalen molen uit de Lage Landen is kleiner dan de cirkelvormige Chinese en Italiaanse varianten voor zijdeproductie, en werd gebruikt voor ruwer werk binnen de vlasnijverheid. Het werktuig werd in 1898 door het Ministerie van Justitie aan het toenmalige Archeologiemuseum van de Stad Gent geschonken. De molen kwam uit de vroegere Gentse gevangenis, het Rasphuis aan de Coupure, waar vanaf 1773 misdadigers, landlopers, daklozen en bedelaars werden opgesloten. De gevangenen leerden en beoefenden er verschillende beroepen waarvan sommige textielgerelateerd, zoals zeilenmaker, nettenknoper, kleermaker of tijkwever. Dat de Twijnmolen dus ouder zou zijn dan de ingekerfde datum ‘1789’ was geen ongegrond vermoeden. Zo’n datum kan dan wel verwijzen naar het ontstaan van de machine, maar even goed naar de ingebruikname, het laatste gebruik, als versiering …

Uit het onderzoek kwam onder andere naar voor dat de oudste teruggevonden jaarring in het eikenhout van de Twijnmolen stamt uit 1655, meer dan 130 jaar vóór de gegraveerde revolutionaire datum, hout dat overigens in het Rijnbekken groeide. Voor het eerst hebben we ook meer zicht op de werking van de Twijnmolen en konden we min of meer aan handleiding opstellen. Beeldmateriaal ervan bestond niet, dus niemand zag de molen ooit in werking. Door een studie van de technische eigenschappen, zoals de grootte van de tandwielen en hoe alle stukken in elkaar passen, hebben we nu naast de datering voor het eerst ook zicht op de functionaliteit van het toestel. 

De Mule Jenny die niét door Lieven Bauwens naar Gent werd gesmokkeld
Nog voor je ze kan twijnen, worden draden gesponnen. Spinnen is het rekken en torsen van vezels, zoals wol- of katoenvezels, om ze om te vormen tot draad. Manueel draadspinnen is enorm tijdrovend. Het werk van tien handspinners was aan het begin van de 18e eeuw amper voldoende om één weefgetouw of wever aan het werk te houden. Vooral in Engeland volgden de pogingen en uitvindingen om ook het spinproces te mechaniseren elkaar in sneltempo op. In 1775 combineerde Samuel Crompton twee eerdere uitvindingen en creëerde zo zijn ‘spinning mule’ of ‘mule jenny’. Het woord ‘mule’ verwijst daarbij naar de muilezel als de kruising van twee soorten. ‘Jenny’ is een verbastering van ‘engine’. Een mule jenny kan tot 48 draden tegelijk spinnen en werkt semi-automatisch. Het spinnen gebeurt op water- of stoomkracht. Enkel het opwinden van de gesponnen draad bleef dus een manuele klus voor de spinner. De machine betekende het ontketenen van de industrialisering en maakte van Gent het Manchester van het continent. De Mule Jenny die in het Industriemuseum staat, had wel eens een originele mule jenny kunnen zijn, door Lieven Bauwens tussen 1798 en 1800 naar het vasteland gesmokkeld. Uniek is de spinmachine sowieso: het is de meest complete houten mule jenny ter wereld, en vermoedelijk ook de oudste. In geboorteland Engeland staat nog een restant van een gelijkaardig exemplaar.

Dendrochronologisch onderzoek viel bij de Mule Jenny moeilijker in te zetten. Het eikenhout van het massieve gedeelte van de machine draagt te weinig jaarringen om degelijk te onderzoeken. Er werden echter twee andere planken, uit naaldhout, onderzocht. Dat hout zou afkomstig zijn uit Scandinavië van bomen die na 1803 en na 1837 zijn geveld. Dat dit hout in 1798 vanuit Engeland zou gesmokkeld zijn door Lieven Bauwens is dan erg onwaarschijnlijk. Wel mogelijk is dat de Mule Jenny in het Industriemuseum de allereerste machine was die in Gent door Lieven Bauwens werd vervaardigd en ingezet naar voorbeeld van de Engelse gesmokkelde Mule Jenny. In het stadsarchief bevindt zich overigens een factuur van de aankoop van Scandinavisch hout door Lieven Bauwens. De link met Lieven Bauwens zou ook verklaren waarom ene heer De Coster in 1900 zoveel waarde aan de machine hechtte en besliste om de op dat moment reeds achterhaalde machine aan het stadsmuseum te schenken ter bewaring.

Hoe de Mule Jenny werkt, was wel al gekend. De machine werd in de jaren 1970 nog in het toenmalige MIAT gedemonstreerd. Vandaag gebeurt dit niet langer, maar wordt de werking van het toestel digitaal weergegeven, zodat de originele machine gespaard wordt en zo nog langer in de tentoonstelling kan schitteren. Wel droeg de Mule Jenny tal van krassen en inkervingen die nog geen betekenis kregen. Door vergelijkende studies werd nagegaan wanneer die aanpassingen gebeurd kunnen zijn.

En zo viel de topstukkenpuzzel met elk klein onderzoek stukje voor stukje hechter in elkaar.

Verhalen uit de collectie

Lieven Bauwens: ondernemer...
Aan het einde van de 18e eeuw ontdekt Gentenaar Lieven Bauwens dat in Engeland de Mule Jenny gebruikt wordt om...
lees meer
De twijnmolen
De mens heeft altijd al gezocht naar hulpmiddelen om handelingen te vereenvoudigen of zware lasten en taken lichter...
lees meer
De Mule Jenny doorgelicht
Spinnen is het rekken en torsen van vezels om ze om te vormen tot draad. Manueel draadspinnen is enorm tijdrovend....
lees meer

Meer uit deze collectie...

schrijf je in voor de nieuwsbrief

schrijf mij uit