menu
 
Het Industriemuseum heropent vanaf maandag 7 december. Klik hier en koop je tickets online.
Het verhaal van Juliana De Corte  (1901-1987)
download

Hoger resolutiebeeld nodig? Neem contact op met de bibliotheek.

[imageshare.no license found]
deel op social media

Het verhaal van Juliana De Corte (1901-1987)

Zingen, om de zorgen te vergeten

 

Het huishouden waarin Juliana aan het begin van de 20e eeuw geboren is, staat model voor het Gentse arbeidersgezin uit die tijd. Haar beide ouders werken lange dagen in de textiel. Pa controleert als ‘verificateur’ de geweven stoffen in de grote textielfabriek aan de Voorhaven, ‘de Grasfabriek’ in de volksmond. Ma werkt vanaf haar 8 jaar tot haar huwelijk in de vlasfabriek. Daarna houdt ze thuis een klein café open waar vooral de zaterdag en zondag veel arbeiders komen. 

Juliana groeit op in Klein Meerhem, een beluik niet ver van de Tolhuisbrug. Het is een volkse buurt met een doolhof van huizen, steegjes en cafeetjes en met de fabrieksschoorstenen als oriëntatiepunt. Juliana’s beluik noemt men het ‘Onze Lieve Vrouwepoortje’, verwijzend naar het Onze Lieve Vrouw kapelletje. Juliana herinnert zich later dat de kinderen van de katholieke scholen er kwamen zingen op ‘Vive Marie’. 

Tot haar twaalfde gaat Juliana naar school. In de vakantie gaat ze al halve dagen mee werken met haar vriendin, in de vlasfabriek La Linière Gantoise. Haar moeder weet er niets van. De vlasgeur verraadt haar. Vanaf dan blijft Juliana werken, afwisselend in de voor- en de namiddag. De rest van de dag moet ze naar school. Ook op zaterdag vind je haar in de fabriek, want ook dan draaien de machines. ‘s Zondags helpt Juliana bij moeder in het ‘estaminet’. 

“Er was een staking omdat er iemand van onze fabriek ontslagen was. Er waren nog kinderen die halve dagen werkten. Wij waren voor de politie gevlucht naar de Hoogpoort. Daar nam een journalist deze foto van ons.” Juliana (in het midden op de foto) en enkele andere kinderen uit de vlasspinnerij La Linière Gantoise, 1913, © Amsab-ISG

Juliana draagt altijd een witte katoenen schort met een koord rond haar middel. Aan dat touw hangt een klein schaartje, de ‘knopenknipper’. Het vlas wordt afgedraaid op strengen. Juliana moet nakijken of er genoeg toeren op zitten. De dikke knobbels snijdt ze eruit en windt ze op een aparte stoel. De stukgesneden draad knoopt ze terug vast met een weversknoop. “Op het einde van de week woog de baas onze uitgesneden knobbels en draden. Hoe hoger het gewicht, hoe meer drinkgeld we kregen.”

La Linière Gantoise, de fabriek waar Juliana werkte. “De fabriek had vijf verdiepingen. Op de benedenverdieping was het hekelkot. Daar maakten de jongens het vlas zuiver. De hekelpietjes, noemden we ze.” © Archief Gent

De slechte werkomstandigheden en de kinderarbeid in de vlasindustrie gelden als een belangrijk wapen in de socialistische strijd. Jan Samijn (1869-1933) is secretaris van de socialistische vlasbewerkersvereniging. In tal van pamfletten klaagt hij de toestand in de Gentse vlasfabrieken aan. Foto’s en schrijnende tekeningen moeten zijn betoog kracht bijzetten. De arbeidersstrijd leeft ook in de huiskamer van Juliana. Haar vader maakte de opkomst van de Belgische Werklieden Partij en de syndicaten van dichtbij mee. Moeder is goed bevriend met Marie De Coster, de vrouw van socialistisch boegbeeld Edward Anseele (1856-1938). Juliana herinnert zich nog dat ‘Eedje’ bij hun thuis over de vloer kwam.

Kinderen aan het werk in vlasspinnerij La Liève, in de volksmond ‘de Wiedauwe’ genoemd, © Amsab-ISG

Kinderen met hun opzichters in de Gentse vlasspinnerij La Linière Gantoise, © Industriemuseum

In 1913 staat de stad Gent volledig in het teken van de Wereldtentoonstelling. De praal van de economie en de industrie op de tentoonstelling wordt dan nog deels gedragen door kinderhanden. De bronnen geven niet echt prijs in welke mate kinderarbeid stilgezwegen dan wel geëtaleerd werd. Maar blijkbaar toonde men wel arbeidende kinderen in het Paviljoen van de industrie. Ook Juliana figureerde, ze stond op een vlasmachine in het park aan de Zuid.

Prentbriefkaart ‘Vooruit en zijne werken’, naar aanleiding van de Wereldtentoonstelling, 1913. © Amsab-ISG

Tijdens de oorlog van 1914-1918 ligt het werk in de fabriek stil. In 1918 start La Linière Gantoise de productie terug op. Juliana is niet tevreden met de machine die ze toegewezen krijgt. Daarom verandert ze naar de ‘Grasfabriek’, de katoenfabriek waar ook haar vader werkt. Heel lang werkt ze daar niet. In 1922 stopt ze voorgoed in de textiel en begint ze een kleine kruidenierswinkel. In 1925 krijgt ze verkering met Frederic. Een jaar later krijgen ze een zoon. Achiel sterft aan de kroepepidemie als hij nog maar 7 jaar is. Juliana krijgt het verlies maar moeilijk verwerkt. 

Eind jaren 1980 blikt ze in een interview terug op haar leven: “Vroeger was het hard werken en de mensen waren arm, maar de tijd was gezellig. Ik zou onmiddellijk willen terugkeren. De mensen hadden geen radio en geen tv, het buurtleven was enorm! Soms ging ik naar de cinema Royal of naar de cinema Vooruit, want dat kostte niet veel. In de Bagattenstraat gingen de jonge mensen op zaterdag dansen. Tijdens de week hadden de fabriekswerksters vrij van 12 uur tot 13u30. Ik kwam thuis eten en tegen 13 uur was ik terug in de fabriek. Ik speelde op een “mondmuziek” en elke middag was het feest in de werkzaal. We dansten en zongen tot 14 uur, tot de baas kwam.” 

Tot het einde van haar leven houdt Juliana van opera en zingt ze zelf heel graag. Muziek doet de zorgen vergeten.  

“De beschuldigingen van de Vooruit zijn sterk overdreven. Hun levenswijze, de weinige zorgen voor hun kinderen en de afwezigheid van de moeder zorgen voor wanorde in de gezinnen. De vader onttrekt er zich aan en zoekt toevlucht op café. Dat zijn de oorzaken van de aftakeling van de arbeidersklasse. Niet de werkomstandigheden aan de continu’s!”

Juliana De Corte als 80-jarige, toen het MIAT haar interviewde over haar werk en haar leven. © Industriemuseum

Verhalen uit de collectie

Het verhaal van Ignaas...
Boer, wever, overlever   Twee ponden. Dat is het bedrag dat Pieter De Vreese van de parochie krijgt om de...
lees meer
Het verhaal van Jozef...
Liefde voor de drukkerij, liefde voor elkaar   Een eenvoudig rijhuisje met een ‘voorplaats’, een keuken met een...
lees meer
Het verhaal van Norbertine...
Een kind in de Lokerse haarsnijderijen   Het werken in en voor een haarsnijderij krijgt Norbertine met de paplepel...
lees meer
Het verhaal van Pieter...
Spazzacamino! Spazzacamini! Schoorsteenvegersknechtjes gezocht!   Het beroep van schoorsteenveger hangt samen met...
lees meer
Wat is kinderarbeid
In een stoffige spinnerij rapen jonge kinderen al kruipend katoenafval van de fabrieksvloer. Door het zware werk...
lees meer
Kinderarbeid in België
Al sinds de prehistorie werken kinderen mee in het gezin. Ze trekken erop uit om voedsel te verzamelen, helpen op...
lees meer
De leerplicht in België
Op 26 december 1864 ziet de Ligue d’Enseignement het levenslicht, een nationale vereniging met als doel het...
lees meer

Meer uit deze collectie...

schrijf je in voor de nieuwsbrief

schrijf mij uit